Spiritualiteit


HET CHARISMA VAN DE VITA ET PAX STICHTING

INLEIDING

Aan het monastieke leven kan men gestalte geven in een waaier van mogelijkheden, onder meer inzake openheid of geslotenheid, dus inzake contacten met de wereld buiten. Als men het monastieke leven "lineair" zou voorstellen, geplaatst op een rechte lijn, dan kregen we uiterst links de anachoreten of kluizenaars, en kwamen we, over de Karthuizers en de Cisterciënzers heen, naar de Benedictijnen toe, de Spaanse en Franse, de Duitse en Angelsaksische, de monniken van de Lage Landen. In ieder geval wordt de eigen fysionomie van de monastieke families onder meer (hoewel niet uitsluitend) bepaald door de graad van openheid of geslotenheid naar buiten toe.
Waar zijn de Olivetanen te situeren? Waar de Stichting "Vita et Pax"?
Over die identiteit, het eigen charisma, gaat het hier. We trachten die eigenheid te achterhalen en te beschrijven.
We proberen te kijken naar de eigen karakteristieken
I. van de Congregatio Sanctae Mariae Montis Olivetl.
II. van de Stichting van Vader Constantinus Bosschaerts Vita et Pax.

I. DE CONGREGATIE WAARTOE WIJ BEHOREN: HET BENEDICTIJNS-OLIVETAANSE ELEMENT

We zijn op de eerste plaats benedictinessen. Daarom moeten we échte monialen zijn en dat steeds meer worden, door te luisteren naar en te leven in de geest van het evangelie, dat de grondslag vormt van de Regel van Vader Benedictus. De enige soliede basis voor ons cenobitisch leven is dat we, in het bewustzijn dat we hier door God zijn samengebracht, een gemeenschap trachten te vormen die Hem met hart en ziel zoekt; waarin, door en volgens Zijn voortdurend initiatief, gebed, stilte en werk op Hem zijn gericht, en daarom elkaar kunnen bevruchten, radicaal en levenslang.
Christus roept ons samen in Zijn leerschool, een geloofsgemeenschap, een liefdesgemeenschap, waarvan Hij Zelf het hart en het centrum is. Hij is de hoeksteen, wij willen de levende stenen zijn. We gaan concreet op deze roeping in, door in en met die gemeenschap dagelijks te leven, door samen te bidden (vooral de Eucharistie en het koorgebed) en samen te werken, door hier de gastvrijheid te beoefenen, en door diverse activiteiten die in het kader van die gemeenschap worden mogelijk gemaakt, bevorderd, gesteund of gedragen (artistieke arbeid, oecumenische contacten, opvoedingswerk, retraitewerk enz.).

Vervolgens behoren we tot de Congregatio Sanctae Mariae Montis Oliveti, waarop de Vita et Pax-Stichting is geënt. Als we nu de karakteristieken van de Congregatie samenvoegen met de idealen van onze stichter, begrijpen we waarom Vader Constantinus in deze Congregatie meer ruimte en mogelijkheden zag om zijn zending te realiseren dan in de Congregatie van Subiaco, waartoe hij aanvankelijk behoorde. Zijn persoonlijke overgang in 1934 naar de benedictijnertak van Monte Oliveto gebeurde niet bruusk of zonder reden. Die overgang was langzaam gerijpt en voorbereid, vanaf het ogenblik dat hij in 1923 als aalmoezenier de zusters van Eccleshall in Engeland had leren kennen.
Hier weze vermeld dat Vader voor zijn oecumenisch streven in de Congregatie van Monte Oliveto een illustere voorganger heeft gehad, in de figuur van Dom Emmanuel André, de Olivetaner Abt van Mesnil-Saint-Loup in Frankrijk. Deze Dom Emmanuel was het, die als eerste in het Westen de viering van de byzantijnse liturgie heeft gelanceerd, met het welbekende boekje "La divine Liturgie de notre père S.Jean Chrysostome", later opnieuw uitgegeven te Chevetogne.

Het was door het contact met Père Emmanuel en door zijn bemiddeling, dat onze voorgangsters in het monastieke leven, de benedictinessen van Igoville, zich in 1892 hadden geaffilieerd met de Congregatie van Monte Oliveto. De zusters van Igoville treffen we later, in 1923, ten gevolge van een klooster-vijandige politieke en historische evolutie in Frankrijk, aan in Eccleshall. Dank zij Père Emmanuel is een fijnzinnige feeling voor het probleem van de hereniging altijd kenmerkend gebleven voor deze zusters. Toen Dom Constantinus Bosschaerts dan in 1923 hun aalmoezenier werd, beschouwde hij terecht de communautelt van Eccleshall als een zaadje dat zou kunnen uitgroeien tot de vrouwelijke tak van een nieuwe stichting voor de eenheid. Zou kunnen... "Ik maak geen plan, ik volg een plan, zoals de Providentie het leidt", zo sprak Vader Constantinus. En het gebeurde. In 1926 kwamen de zusters van Eccleshal] inderdaad over naar Schotenhof, en vormden in een huis, hier dicht in de buurt, de eerste kern van de toekomstige priorij.

Oblaat Irmgard de Vries zegt in verband met de overgang van onze stichter naar Monte Oliveto het volgende; "Dom Bosschaerts kon zijn Vita et Pax-Stichting niet als compleet beschouwen als er geen monniken aan verbonden zouden zijn. Omwille van deze monastieke continuïteit besloot hij zich aan te sluiten bij de benedictijnen van Monte Oliveto (Italië), waarmee de benedictinessen van Eccleshall-Schotenhof vanouds geaffilieerd waren en waartoe ook de oblaten waren overgegaan." In zijn officiële aanvraag gericht aan de Heilige Stoel geeft Vader in uiterst sobere woorden op dat het gaat om "des motifs de conscience". Hij werd definitief opgenomen in Monte Oliveto op Witte Donderdag 1934. Dat is wel treffend als we weten welke waarde hij, in wat we zijn spiritualiteit kunnen noemen, hecht aan de liefde, die zo intens wordt gevierd in het mysterie van Witte Donderdag. Schreef hij niet op zijn altaren (en Schotenhof later op de bovendrempel van de kerkdeur): "Ubi caritas. Deus ibi est"?

Om de karakteristieke trekken van de Congregatio Mariae Montis Oliveti te kennen, laten we even de Constituties aan het woord (in de redactie, waaraan hard werd gewerkt van 1968 tot aan de goedkeuring in 1981). Behalve de trouw aan de Regel van Sint Benedictus, worden vier punten opgesomd als karakteristieke trekken van de Olivetanen (p.97-99. art.7):

a) monastieke professie en stabiliteit binnen de Congregatie,
b) gecentraliseerd bestuur bij de Abt-Generaal en het Definitorium,
c) de eenheid van Constituties voor alle huizen van monniken,
d) een bijzondere verering van de H.Maagd Maria.

Vlak achter deze principes van eenheid vinden we, in de Constituties zelf opgenomen (art.8), een uitdrukkelijke formulering van het principe van pluralisme, op grond van onder meer de volgende criteria: "regioni, nazioni e continenti". Interessant is daarbij de vermelding: "Ogni monastero, avendo una vocazione particolare, quale risulta dalle esigenze della Chiesa locale e dagli scopi del la fondazione, etc. Er is m.a.w. een principiële openheid voor de lokale noden van de kerk volgens streken, volkeren, continenten, en ook voor de bijzondere doeleinden van elke stichting apart. Dat zien we zelf heel duidelijk belichaamd in de verschillende manieren van leven in onze huizen van "Vita et Pax", terwijl we ons toch bijzonder sterk verwant voelen met elkaar. Opvallend is ook wat in art.25 gezegd wordt in verband met het apostolaat. Er is sprake van "le opere di apostolato conformi alle nostre tradizioni: ospitalita, ritiri spirituali, collegi, formazione religiosa, ministero pastorale. Volgens hun traditie wijden de Olivetanen zich dus van huize uit niet enkel aan gastenwerk en retraitewerk, maar ook aan onderwijs- en opvoeding, aan godsdienstige vorming en aan pastorale opdrachten, inzonderheid in parochies en missies.

Als alles maar gebeurt, aldus de Constituties, "con spirito monastico e salvando le esigenze primarie della Regola" (art.52). Voorwaarde is precies dat alles geschiedt in monastieke geest, en steeds binnen het kader van gehoorzaamheid en verantwoording ten overstaan van de abt. De Olivetanen moeten in elke activiteit échte monniken blijven.

II. DE IDEALEN VAN VADER CONSTANTINUS BIJ DE STICHTING "VITA ET PAX"

Wat waren nu de eigen idealen van Vader Constantinus? Of liever: welke aparte zending kreeg hij van God toen hij zijn stichting ondernam, werk waarvoor hij, in grote standvastigheid, bijzonder veel lijden heeft gedragen? Waarom zegt men dat hij reeds als vrij jonge monnik in de jaren twintig (hij was geboren in 1889, dus een dertiger) een man was met een profetische en vérziende blik? Wat maakte hem zo progressief voor de tijd waarin hij leefde? Voor welke fundamentele intuïties van zijn visie heeft de Kerk (met name Vaticanum II) hem bevestigd?
Welke van zijn principes dwingen telkens weer tot nadenken en actualisatie, ook al hebben we ze niet of nog niet gerealiseerd of eventueel verwaarloosd? Wat zou in Gods plan de actualisatie kunnen of moeten worden in deze tijd, in dit derde millennium, ook al zijn onze krachten misschien nog zo beperkt?

l. MAN EN VROUW

Allereerst voorzag Dom Constantinus dat de vrouw in de Kerk en inzonderheid in de monastieke wereld een nieuwe waardering zou moeten krijgen, en dat haar medewerking voor belangrijke opdrachten onmisbaar zou zijn. Hij was in zijn tijd eerder revolutionair door zijn ideeën over samenwerking tussen mannen en vrouwen, monniken en zusters, mannelijke en vrouwelijke leken-oblaten.

In hetzelfde jaar 1926. toen de zusters van Eccleshall overkwamen naar Schotenhof, werd daar eveneens door Vader Constantinus voor monniken de priorij "Christus Koning" opgericht. In de bloeiende jaren 1926-1927 was er, onder meer voor het werk der hereniging, een intense coöperatie mogelijk. Maar toen er voor de oecumene tegenwind opstak met de encycliek "Mortalium animos" van 1928, en Vaders werk voor hereniging systematisch werd ontmanteld, was een van de eerste beproevingen de poging van de oosterse Congregatie te Rome om vrouwen uit te schakelen bij het werk voor de eenheid. Al kwam het geplande grote monasterium "Christus Rex" voor monniken te Schotenhof niet verder van de grond door de verijdeling van de bouwplannen en de volledige opheffing in 1931, toch blijven we ervaren dat "onze monniken", die nu verblijven in Cockfosters en Turvey (Engeland), werkelijk bij ons horen in het grote geheel van de stichting. Kon de concrete coöperatie mannen-vrouwen uit Vaders visie niet overal worden gerealiseerd door historische feiten, dan bleef toch wel de principiële opzet van de stichter overeind, en ook zijn optreden om de evenwaardigheid van de vrouw te erkennen en de volledige zelfstandigheid van de zusters.

2. MONNIKEN, MONIALEN EN LEKEN

Vader Constantinus voorzag de belangrijke rol die de leek zou krijgen In Kerk en wereld. Revolutionair was zijn grondinzicht, dat later door de Constitutie over de Kerk van Vaticanum II zou worden bevestigd, dat er slechts één enkel Godsvolk is, op de grondslag van het Doopsel, en dat het veel te sterk opgedreven onderscheid tussen de gewone leken en de zogenaamde "religieuzen-met-speciale-roeping" dus eigenlijk een artificieel onderscheid betekent en in stand houdt.

Zelf monnik met hart en ziel, op een persoonlijke en intense manier, verlangde de stichter gestalte te geven aan een authentieke, maar duidelijk aan de moderne tijd aangepaste versie van het monastieke ideaal. Zijn nieuwe 'moderne' stichting, zou, onder de naam "Vita et Pax", monniken en monialen organisch verenigen met leken-oblaten in éénzelfde streven: het Rijk van Christus in eenheid en vurige liefde. De samenwerking met leken was er niet bijkomstig, maar essentieel. In theorie is na Vaticanum II het onderscheid tussen religieuzen en leken niet meer zo scherp gesteld, maar de realiteit is toch nog vaak sterk discriminerend voor de leek. Een uitdaging voor ons? Wij hebben onze oblaten, ze horen er organisch bij. Wij hebben ook het voordeel van in contact te zijn met andere leken, bijvoorbeeld op de school (om maar dat voorbeeld te noemen), die open staan voor coöperatie en er psychologisch klaar voor zijn. Misschien groeit zo een bepaalde nieuwe vorm van oblaatschap. We kunnen er niet buiten daar verder over na te denken. Onze monniken in Cockfosters hebben in hun bloeiende parochie een goede samenwerking met vele leken, ze werken er met aanhankelijke medewerkers en geëngageerde gezinnen, en hebben talrijke contacten ook met niet-katholieke kerken en communiteiten, ongelovigen en niet-praktiserenden. Ook Turvey en Moustier hebben hun oblaten; in Ribeirao Preto vormen monialen en oblaten één hechte leefgemeenschap, a Comunidade Vita et Pax.

3. CONTEMPLATIEF EN ACTIEF ELEMENT

Terwijl het "Ora et labora" van Benedictus' Regel door de eeuwen heen heeft uitgenodigd tot het zoeken naar een evenwicht van gebed en werk, met nu eens meer klemtoon op het ene, daar weer eens op het andere, zien we dat Vader Constantinus een organische integratie en wisselwerking voorstaat. In principe zou men kunnen zeggen dat het actieve apostolische leven buiten het klooster de roeping is van de leek die in de wereld woont en werkt, terwijl de monnik en moniaal zich uit die wereld terugtrekt om op de eerste plaats God te zoeken in gebed en cenobitisch leven.
Maar dit sluit niet uit dat de monnik en moniaal ook geëngageerd is in intensieve activiteiten van apostolaat, zoals bijvoorbeeld gebeurt in de parochie van onze paters in Londen. Zij werken heel concreet in vele vormen van pastoraal: oecumene, betrekkingen tussen christenen en joden, interreligieuze dialoog, in de Commissie Gerechtigheid en Vrede, in de catechese, de voorbereiding op het ontvangen van de sacramenten, retraites enz.
Vader zegt over monniken (en monialen); "De monnik is de meest intense belever van zijn tijd. In hem moet branden de wereld voor welke Christus gekruisigd is. In hem moeten zich alle stromingen van zijn tijd storten, en zijn hart moet groot zijn en bereid ze alle op te nemen als in een oceaan van liefde, om ze dienstbaar te maken in Christus voor heel de mensheid. Monniken (en monialen) stellen zich tot plicht hun talenten te doen uitschijnen als zoveel heerlijke gaven, door God hun mild geschonken; deze schatten niet te koesteren voor zich alleen, maar ze gul te geven aan de gemeenschap. Zij leggen zich met Ijver toe op: GEBED - STUDIE - ACTIE (Album).

Het ontplooien van de gekregen talenten en de zorgvuldige afwerking van alles wat men te doen krijgt, zijn motieven die men bij Vader bij herhaling aantreft. "Ut in omnibus glorificetur Deus". Wat men ook doet, men moet het doen als monnik, als moniaal. Elke activiteit moet in Vaders perspectief honderd procent inzet krijgen: het persoonlijk gebed, de liturgie, de pastoraal, het retraitewerk, de zorg voor gasten en zieken, de oecumene, de cultuur, de kunst, de pedagogie, tot en met het huishoudelijk werk en het werk in de tuin. Vader insisteerde sterk dat men overal een hart zou vinden en zoveel mogelijk kunde en schoonheid. Ook gold voor hem alle werk als gelijkwaardig, als het maar goed werd verzorgd, tot in de puntjes. Wat een intensiteit, wat een uitstraling als iedereen de volle kracht van zijn talenten ontplooit in het geheel. Het is bekend dat Vader Constantinus niet bang was van de enorme vlucht van de technologie, want, voorbij aan de gevaren, zag hij vooral ook de nieuwe mogelijkheden van de groei van menselijk kennen en kunnen.

"Ziet het beeld van de verheffing (van de mens), van zijn zucht naar God in de ontwikkeling van de techniek; eerst leefde de mens in holen in de grond - als de wortel van een boom in de aarde geplant - daarna in hutten, dan in huizen die al hoger werden, tot ze nu wolkenkrabbers zijn. nog hoger wil de mens, de wolken in, de wolken door in vliegmachines. Nog hoger, de stratosfeer in, het ganse hemelruim door, door middel van raketten. En het zal hem nog niet genoeg zijn, want hij wil naar God, de Allerhoogste" (Album).

4. OECUMENE

Pijnlijk getroffen door de scheidingslijnen die de christenen onderling verdeelden, geraakte Vader Constantinus met hart en ziel betrokken bij het prille streven naar oecumenische toenadering en zocht hij naar kansen tot een respectvolle en vruchtbare dialoog tussen Oost en West. "Vita et Pax" werd gesticht met de oecumene (naast de liturgie) als voornaamste kenmerk. De geschiedenis van Vaders eerste pogingen om in Schotenhof zijn kloosters voor de hereniging te stichten; de boeiende contacten die werden gelegd met de orthodoxe kerk en met de kerken van de Reformatie; de publicaties, de radiotoespraken, de congressen en conferenties die onze Stichter organiseerde of ging geven in België en Nederland voor het ideaal van de christelijke hereniging (later beter gezien als het ideaal van de christelijke eenheid) spreken voor zichzelf.

Sinds 1931 mocht Vader zich op oecumenisch gebied persoonlijk niet meer roeren in België. Dan maar weer de zee over steken en starten in Engeland. In 1939 werd Cockfosters gesticht, met het oog op de contacten met de Anglicanen. Inmiddels werd ook verdergewerkt voor het christelijke Oosten. De eerste monniken gingen daarom, onmiddellijk na hun noviclaat, naar Chevetogne om de Byzantijnse ritus te leren. De man die zij in Monte Oliveto als novicenmeester hadden gehad, Dom Vittorino Aldinucci, is altijd geboeid geweest door het oecumenisch aspect van Vader Constantinus' werk. Tot zijn dood in maart 2004, verbleef Dom Vittorino bij onze monniken in Cockfosters. Ook in de tijd dat hij abt was van San Miniato te Firenze, interesseerde hij zich zeer actief voor de oecumene. De monniken van Cockfosters, en later onze zusters en broeders in Turvey, verzorgen de verspreiding van het oecumenisch tijdschrift "One In Christ" (vroeger "Eastern Churches Quarterly").

In 1946 bij zijn abtswijding, werd aan Dom Constantlnus Bosschaerts opnieuw toelating verleend om met zijn stichting te werken voor de Eenheid. In 1947 werd met de goedkeuring van de Oosterse Congregatie een byzantijnse tak toegestaan aan de kloosters van de Vita et Pax-stlchting in België. In Schotenhof werd toen de Byzantijnse kapel ingericht. Liturgie en koorgebed volgens byzantijnse ritus in het Grieks of Slavisch, betekenden voor de zusters en oblaten die ervoor gekozen hadden, een enorme verrijking van inzichten, een voedingsbodem voor spiritualiteit en gebed, en interessante contacten met gelovigen van byzantijnse traditie. Nu functlonneert de byzantijnse kapel nog steeds met een maandelijkse Heilige Liturgie. Ook stellen we, in overleg met onze bisschop, deze kapel ter beschikking van de orthodoxe gemeenschap van Antwerpen en Breda. Deze kapel en haar omgeving lenen zich bijzonder goed om belangstelling te wekken voor de ikonen en daardoor voor de spiritualiteit van onze broeders en zusters uit het christelijke Oosten.
Wat met de gelovigen uit de Reformatie? We hebben momenteel nog onze jaarlijkse oecumenische avond met de werkgroep voor oecumene van de Voorkempen. We maken ook deel uit van de Antwerpse Raad der Kerken. Het is momenteel een eerder kleinschalige en bescheiden betrokkenheid bij de oecumene, maar zij heeft een onmiskenbaar belang als we kijken naar de bedoelingen van de stichter. Want Vader zegt dat we voor dit doel "onze energie zullen uitbuiten, onze talenten verdubbelen, al onze levenskrachten besteden" (Album) . De verruiming van onze belangstelling naar de grote wereldgodsdiensten toe en naar de interreligieuze dialoog ligt voor de hand. We staan er zeker voor open. Zo was er op 10 juni 2003 onder grote belangstelling in onze kerk de boeiende lezing van Pater Dominicaan Emilio Platti over "Christenen en Moslims".

5. LITURGIE

Samen met de oecumene kreeg de liturgie een bevoorrechte plaats in de zorg en bekommernis van onze stichter. Vader Constantlnus was gefascineerd door de schoonheid van God. Hij was er daarom van overtuigd dat de gaven en talenten die God had verleend aan de mensen, optimaal moesten worden gestimuleerd en aangewend. Denk maar aan de ateliers waar scheppende handen zoveel realiseren. Hij wilde de schoonheid vooral tot bloei laten komen in een verzorgde vormgeving van de liturgie die de moderne mens kon aanspreken en voor hem de ontmoetingsplaats kon zijn met God. Om dit mogelijk te maken, en daarin was de stichter in de jaren twintig van de vorige eeuw revolutionair, moest de liturgie nieuwe wegen op. Vader plaatste het altaar niet langer meer tegen de oostgevel van de kapel, maar in het centrum, en hij celebreerde naar de gemeente toe gekeerd toen dat vrijwel nog nergens gebeurde. Hij was progressief in de vormgeving van de religieuze kunst, o.m. in een sobere, moderne en esthetisch-verantwoorde design van de liturgische gewaden en voorwerpen voor de eredienst. Het kleine kapelletje van de priorij dat hij had ingericht, en dat dienst deed totdat in 1963 de kerk was voltooid, was in vele opzichten een juweeltje van schoonheid en intimiteit: het nodigde uit tot bidden, geheel en al. Hij voorzag dat de liturgie eens zou worden gevierd in de landstaal en dat men zou concelebreren. Hij zou zeker erg tevreden zijn over de jarenlange medewerking van Schotenhof aan teksten en liederen binnen de I.W.V.L, de Intermonasteriële Werkgroep voor Liturgie.

Over de liturgie horen we graag de stichter zelf. In een van zijn vele citaten proeven we, in de taal van die tijd, zijn diepe bewogenheid:
"Het machtigste middel (bij het herenigingswerk) is de liturgie: De liturgie ontwikkelen tot een intense in- en uitwendige gebedssfeer, haar opvoeren tot hoogste luister, haar ontplooien tot volle rijkdom van lijn- en kleur- en klankgespeel, haar maken tot een waarachtig christen familiefeest, waar de Wijn van Gods vreugde de zielen instroomt, waar het Brood van Gods kracht de zielen sterkt ten leven, dat is het machtig middel om gans Gods volk te doortintelen met nieuwe christenkracht".
En elders: 'De twee machtigste middelen om het Eenheidsideaal te bevorderen zijn: LITURGIE en NAASTENLIEFDE. De grote taak der monniken bestaat in de waardige ontplooiing van de goddelijke eredienst in zijn volheid en rijkdom, in de weelderige verscheidenheid van Latijnse en Oosterse riten... Klank en ritme, kleur en lijn van gebeden en gezangen, geven een uitstraling van gloed en warmte, van fijnheid en schoonheid die de harten van gelovigen en ongelovigen aantrekt, en opwekt om mee te denken en mee te voelen met de symbolische taal der H.Kerk."

SLOT

Veel zou nog moeten worden toegevoegd, want onze stichter heeft nog vele accenten gelegd, bijvoorbeeld als hij insisteert op de beoefening van de liefde als centrale opgave, als hij de nederigheid beklemtoont en de volhardende inzet. Maar bij dit slot vermelden we één opvallende oproep: de roep om altijd nieuw te zijn, gericht op de toekomst, op het komen van Christus, die opvordert tot steeds nieuwe en oorspronkelijke inzet, morgen anders dan vandaag. We moeten onze wortels kennen, maar in de stem van de levende Heer zullen wij onze actuele roeping en bestemming vernemen. Moge Hij in ons hart openbaren wat Hij nu van ons samen verlangt.

↑terug↑