Geschiedenis van de
Benedictinessen van Schotenhof
Stichting "Vita et Pax" van de Congregatie van "Maria Montis Oliveti"

Vele mensen in Schoten en omgeving kennen ‘Vita et Pax’.
Ze denken dan vaak allereerst aan de school, die gesticht is door de priorij,
het klooster van de Benedictinessen.

Ze weten dikwijls niet dat Vita et Pax het devies is van een stichting waartoe het klooster behoort,
en evenmin dat die stichting een tak is van de grote familie
van de witte benedictijnen-benedictinessen,
ook genoemd Olivetanen (naar de aartsabdij Monte Oliveto in Italië nabij Siena).

De monialen van Schotenhof behoren inderdaad tot de Olivetanen, de witte tak van de Orde van Sint Benedictus, die zijn aartsabdij heeft in Monte Oliveto in Italië, nabij Siena. Binnen deze tak stichtte Dom Constantinus Bosschaerts in 1926 de "Vita et Pax"-stichting, met bijzondere aandacht voor vernieuwing van het monastieke leven, liturgie kunst, de oecumene, en samenwerking met leken. Tot die stichting behoren, (naast de monniken van London en Turvey) de Benedictinessen van Schotenhof met vijf kloosters: Schotenhof, Firenze (Italië,) Moustier en Fagne (Frankrijk), Ribeirão Preto (Brazilië) en Turvey (Engeland).

Vader Stichter in de tuin

Het eerste groepje monialen zocht in 1926 een onderkomen in de omgeving Antwerpen en vond dit tenslotte in de villa "Le Perron" te Schoten, nu de priorij "Regina Pacis" in de Sint Amelbergalei. Deze stichting van Dom Constantinus was de historische voortzetting van de "Communauté de l'Immmaculée Conception", opgericht te Rouen door Marie Françoise Catherine Chevalier in de jaren na de Franse revolutie.

Marie Chevalier wilde religieuze worden, maar bij het uitbreken van de revolutie werden alle kloosters gesloten. Zij begon een winkel en wijdde zich aan de bescherming van priesters en religieuzen. Toen de tiendagenwerkweek werd ingesteld, weigerde zij haar winkel op zondag open te laten. Zij werd veroordeeld tot de guillotine. Het was haar broer die de lijst van de ter dood veroordeelden moest voorlezen; hij zag haar naam en sloeg die over. De volgende dag werd Robespierre vermoord en zo kwam zij vrij.

Zodra de omstandigheden het toelieten, verzamelde zij een groep jonge meisjes om zich heen en begon haar oude droom te verwezenlijken. Met de toestemming van de kardinaal van Rouen werd in 1825 de kloostergemeenschap officieel opgericht onder de naam van "Immaculée Conception". Vijftien zusters telde deze eerste gemeenschap. In 1877 verhuisden de zusters naar Igoville, in 1878 werd het klooster verheven tot benedictijnse priorij met de titel "Benedictinessen van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen". In 1892 sloten zij zich, door bemiddeling van Abt Emmanuel André van Mesnil-Saint-Loup aan bij de congregatie van Monte Oliveto Maggiore en ontvingen zij het witte habijt.

Tengevolge van de onrechtvaardige wetgeving die o.m. de religieuzen in Frankrijk viseerde, weken de monialen in 1902 uit naar Engeland. Tot in 1921 verbleven zij te Bicester, in het diocees Birmingham, daarna een tijd te Eccleshall. Het was een tijd van tegenslagen en beproevingen, armoede en verlatenheid. Hun priester was overleden en kreeg geen opvolger. Op 27 januari 1923 kwam de keer: door de komst van Dom Contantinus Bosschaerts, benedictijn uit Affligem, raakte de kleine gemeenschap uit het slop en kwam tot nieuwe bloei. Deze monnik, begenadigd met idealen en grootse plannen, kreeg de zusters enthousiast voor zijn ideeën. Gesensibiliseerd voor het ideaal van de eenheid van alle christenen, keerden zij in 1926 terug naar het continent,waar zij zich vestigden in Schotenhof in Belgie, in het aartsbisdom Mechelen. Eerst was dit in het toenmalige "Hof ter Donck", dat reeds de naam "Regina Pacis" kreeg, vijf jaar later werd verhuisd naar de St. Amelbergalei, waar de monialen nog steeds wonen.